SIRE – Handen af van onze hulpverleners

Het geweld tegen ambulancemedewerkers, politieagenten en brandweermannen neemt jaarlijks toe. Dit jaar overkwam het maar liefst 80% van deze hulpverleners tijdens hun werk. Afschrikwekkende getallen, vandaar dat we in deze campagne tegen dit zinloze geweld twee artikelen uit de Conventie van Geneve citeren om aan te tonen dat we zelfs in oorlogstijd meer respect hebben voor deze groep mensen dan wij nu blijkbaar in vredestijd hebben. Op TV, radio en in print doen we oproep om een online petitie te tekenen: de Conventie van Nederland.

Strijd op de kaap is hervat

De noodkreet van sigarenboer Farrokh, verleden week overvallen op Katendrecht, is gehoord. De strijd tegen de criminaliteit op de Kaap gaat een nieuwe fase in. Met nieuwe wapens: Van cameratoezicht tot een noodknop bij de winkeliers, van een samenscholingsverbod bij metrostation Maashaven tot vele extra controles van de politie.

“Katendrecht wordt blauw geverfd. Ik kan niets anders meer bedenken,” aldus burgemeester Ivo Opstelten. Even leek het gistermiddag of de film was teruggedraaid naar vorig voorjaar. Opnieuw trok de burgemeester gisteren naar het Rotterdamse schiereiland en opnieuw trof hij ondernemer Farrokh. “U bent de sigarenboer die ik het meest tegen kom als niet-roker,” aldus Opstelten met een lach. “Laten we hopen dat u nu met rust wordt gelaten. Ik kan geen garanties geven, maar we doen alles wat we kunnen. Fijn dat u doorzet en openblijft.”
Verleden jaar werd de sigarenboer geplaagd door een reeks inbraken. Andere Katendrechters werden overvallen en beroofd. Ook toen sprak de burgemeester spierballentaal en deed beloftes. Katendrecht zou binnen twee maanden veilig zijn. En het lukte. De rust keerde terug. In het najaar ging het echter weer mis. Niet volgens de cijfers, zo benadrukt Opstelten.

Cultuur van afwezigheid ombuigen in betrokkenheid

Bij OK-punt De Boekanier in Tilburg hebben de burgemeesters Vreeman van Tilburg en Huisman van Hilvarenbeek afgelopen maandag samen de offici

Een OK-punt is een veilige plek waar iedereen, jong en oud, wordt opgevangen die slachtoffer of getuige is van geweld of zich op een andere manier onveilig of bedreigd voelt. Vreeman: “Het mooie van dit initiatief is dat de cultuur van afwezigheid bij geweld op straat wordt omgebogen naar een cultuur van betrokkenheid. ”Tilburg had al vier OK-punten langs de route van de Reeshof naar het centrum. Nu komen er in totaal dertig, waaronder vier in Hilvarenbeek. Vandaag, donderdag 5 juni, gaat een groepje jongeren met de Twern op ‘kroegentocht’om de OK-punten onder de aandacht te brengen.

Na de moord op de 18-jarige Bart Raaijmakers in 2003 is op initiatief van de Twern het project Rees-fiets-mee gestart waarbij toen de eerste vier OK-punten zijn ontwikkeld. De Twern is nu ook verantwoordelijk voor de organisatie en training van de dertig OK-punten. Er is vooral gekeken naar locaties die liggen op (fiets)routes van en naar uitgaansgelegenheden, sportcentra en scholen. Bij elk OK-punt zijn mensen die hiervoor een training gehad hebben. Indien nodig kan een OK-punt hulp oproepen van politie of een familielid. Soms is even bijkomen en je verhaal doen genoeg.

Uithangbord

De locaties zijn te herkennen aan een rond blauw uithangbord met de witte tekst: OK, een punt voor veiligheid. Er zijn er veel in de binnenstad van Tilburg en op de fietsroute tussen Tilburg en Hilvarenbeek. In een later stadium komen er naar verwachting nog vier punten bij op de route tussen Tilburg en Oisterwijk waar veel scholieren gebruik van maken. Hierover neemt het college van Oisterwijk nog een besluit.

Weet wat je te doen staat als het om geweld gaat

Dit jaar ligt het accent van deze landelijke campagne op het mobiliseren van omstanders. Het doel van de campagne is om mensen aan te zetten om in actie komen als ze worden geconfronteerd met geweld op straat, zonder zichzelf in gevaar te brengen. Er worden 4 tips gegeven:

mobiliseer omstanders
bel het alarmnummer 1-1-2
onthoud de kenmerken van de dader
laat het slachtoffer niet alleen.

De campagne is bedoeld voor iedereen van 13 jaar en ouder. Extra aandacht is er voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar en voor mensen tussen de 25 en 40 jaar. Dit accent is gekozen, omdat blijkt dat deze doelgroepen over het algemeen het meest in aanraking komen met geweld op straat (als getuige, dader of slachtoffer).

De campagne wordt onder meer ondersteund door de volgende middelen:
televisie en radiospots
buitenreclame
brochure
posters en freecards
Heeft het zin als ik aangifte doe van geweld op straat?
Een effectieve bestrijding van geweld op straat is gebaat bij een grote meldings- en aangiftebereidheid van burgers. Het heeft altijd zin om aangifte te doen. Meer meldingen en aangiftes leiden tot een beter inzicht in de problematiek, tot een grotere pakkans van de daders en tot meer aanknopingspunten voor preventieve maatregelen. Wanneer er meerdere malen een omschrijving is van een dader(s) wordt het voor de politie makkelijker om de dader(s) aan te houden. Aangifte doen of getuigen, is ook belangrijk voor het verzamelen van statistische gegevens over geweld op straat. Het kan dus invloed hebben op het beleid en hiermee op het bepalen van de korpssterkte in uw gemeente.

Aangifte doen
In het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan meldingen en aangiftes die niet-anoniem zijn, maar de overheid heeft er begrip voor dat burgers soms moeite hebben met het doen van aangifte of het melden van een strafbaar feit, als dat tot gevolg heeft dat hun naam- en adresgegevens bekend worden gemaakt bij de verdachte. Er is in samenwerking met de Raad van Hoofdcommissarissen en het College van Procureurs-Generaal een handleiding gemaakt die wijst op de mogelijkheden van anonieme meldingen en/of aangiftes van geweldsincidenten. Deze handleiding is onder de politiekorpsen en andere betrokken organisaties verspreid.

Anoniem een misdaad melden
Wilt u anoniem een misdaad melden of anoniem informatie geven over criminaliteit, dan kunt u terecht bij de tiplijn Meld Misdaad Anoniem. Het telefoonnummer is 0800-7000.

Hoe help ik slachtoffers van geweld zonder mezelf in gevaar te brengen?
Om slachtoffers van geweld te helpen zonder uzelf in gevaar te brengen geven we u vier tips. Deze tips lijken voor de hand liggend, maar vergeet u niet dat iemand die getuige is van straatgeweld, vaak onder de indruk is en geschokt. U denkt niet altijd helder en soms gebeurt er veel tegelijk. Geschreeuw, huilen, vloeken. U ziet de agressie van de aanvaller en de pijn van het slachtoffer. In zo’n situatie heeft u niet meteen paraat wat u zou kunnen doen. Onthoudt u daarom de volgende vier tips:

mobiliseer omstanders
bel het alarmnummer 1-1-2
onthoud de kenmerken van de dader
laat het slachtoffer niet alleen.

Meneer u moet mij helpen

Om samen het straatgeweld aan te pakken worden we de komende zes weken worden we weer gebombardeerd met spots, posters en brochures. Tijdens de eerste drie antistraatgeweldcampagnes (2001 en 2002) werd het publiek al ingeprent: Bel 112; onthoud de kenmerken van de dader; laat het slachtoffer niet alleen. Dit jaar komt daar een vierde tip bij: Mobiliseer de omstanders. Helpen dergelijke adviezen?

Minister Donner van Justitie bij de presentatie van de campagne:
‘Weglopen en niets doen, helpt niet. We moeten gezamenlijk een vuist maken om Nederland sterker te maken. Samen sta je sterker. Doe iets. Je hoeft niet werkeloos toe te zien. Pak de dader samen aan.’

Woordvoerder politie Gelderland-Midden:
‘Het effect van de campagnes laat zich lastig meten. Misschien zouden we de kordate omstanders eens moeten vragen waarom ze hebben ingegrepen. Als het even kan bedanken we dergelijke mensen met een brief of, in uitzonderlijke gevallen, met een bloemetje.’

Tip uit nieuwe Postbus 51-reclame:
‘Schop lawaai! Ga erop af, maar niet alleen!’

Praktijktip van een politieman aan slachtoffers van straatgeweld:
‘Als je in moeilijkheden bent moet je altijd

‘Schop lawaai! Ga er op af, maar niet alleen!’

In die seconde van twijfel bij het zien van geweld op straat moet de boodschap van de nieuwe Postbus 51-reclame door het hoofd schieten: niet doorlopen, maar de handen uit de mouwen steken. Ingrijpen. Samen met anderen. “Als het maar binnen redelijke grenzen blijft,” waarschuwde minister Donner (Justitie) bij de aftrap van de publiciteitscampagne gisteren in Rotterdam.

“Schop lawaai! Ga er op af, maar niet alleen!” zijn de uitsmijters van de derde campagne ‘Weet wat je te doen staat, als het om geweld gaat’. De eerste drie tips werden in 2001 en 2002 al ingeprent met posters en tv-spotjes: Bel 112, onthoud de kenmerken van de dader en laat het slachtoffer niet alleen. Dit jaar komt daar een tip bij: Mobiliseer de omstanders.

Donner weet dat als er iets ergs gebeurt, mensen massaal de straat op gaan om het gebruik van geweld af te keuren. Maar zodra omstanders zelf iets zien op straat, aarzelen ze om in te grijpen. Ze zijn bang om betrokken te raken. “Maar weglopen en niets doen, helpt niet. We moeten gezamenlijk een vuist maken om Nederland sterker te maken. Samen sta je sterker. Doe iets. Je hoeft niet werkeloos toe te zien. Pak de dader samen aan.”

“Dit is een mooi voorbeeld van hoe je deze problemen samen met de overheid en burgers kunt bestrijden.” De campagne moet ‘aanknopingspunten geven zodat mensen zich minder machteloos voelen’. “Je kunt altijd iets doen zonder jezelf in gevaar te brengen,” .

De hulp van de burger is ook hard nodig voor het bestrijden van geweld. ‘Permanent cameratoezicht door de burger’ noemde Rotterdams hoofdofficier van justitie Van Brummen het. “We moeten de mensen duidelijk maken dat er daadwerkelijk iets gebeurt als hij de politie wat meldt.”

Met de campagne probeert de overheid de komende zes weken de burger te mobiliseren tegen het gebruik van geweld op straat. Met radio- en televisiespots, brochures, posters en een lespakket wordt vooral gemikt op jongeren. Tieners tussen 13 en 17 jaar en mensen tussen de 18 en 34 jaar zijn het vaakst getuige, dader of slachtoffer van geweld op straat.

Rode loper tegen geweld

Nieuwe studenten van de Hogeschool Rotterdam proberen vandaag een 100 meter rode loper vol ‘stappen tegen geweld’ te maken, die aan het eind van de middag op de Coolsingel voor het Stadhuis wordt uitgerold.

De 500 studenten vragen vandaag op straat voorbijgangers te steunen tegen geweld door tegen betaling hun voetstap vast te leggen op een stuk rode loper.

Pak de dader op zijn uiterlijk

‘Als iemand in elkaar wordt geslagen, pak je de dader. Op zijn uiterlijk.’ Dit is een van de leuzen van de nieuwe campagne van de rijksoverheid, die maandag van start gaat. Mensen die getuige zijn van geweld op straat moeten goed naar de dader kijken. Door hiervoor tips te geven, hoopt de overheid dat de getuige de politie verder kan helpen bij het oplossen van delicten.

De campagne is de tweede die aandacht besteedt aan geweld op straat. Jaarlijks vinden 25.000 geweldsincidenten plaats waarbij dader en slachtoffer elkaar niet kennen. In de meeste gevallen gaat het om jongeren. Bijna tweederde van de daders is jonger dan 25 jaar, net als meer dan de helft van de slachtoffers. In de campagne van vorig jaar kreeg het publiek het advies om het alarmnummer 112 te bellen, kenmerken van de dader te onthouden en het slachtoffer niet alleen te laten.

Tatoeages
De nieuwe campagne richt zich vooral op de getuige. Tussen 15 juli en 31 augustus zullen spotjes op tv en radio, posters in bushokjes en gratis ansichtkaarten de actie onder de aandacht brengen. Middelbare scholen krijgen een lesbrief toegestuurd. Belangstellenden kunnen een brochure opvragen met daarin een kaartje ter grootte van een bankpasje. Op de ene kant staan tips om een goed signalement van een dader samen te stellen. Aan de andere kant staat hoe een getuige die gegevens kan opslaan in een mobiele telefoon.

Een getuige kan een dader goed beschrijven als hij let op geslacht, huidkleur en postuur. Initiatiefneemster Jacqueline de Jong uit Rotterdam: ‘Vergelijk de lengte met die van jezelf, de leeftijd met die van een bekende. Wat voor soort gezicht heeft iemand, welk type en kleur haar? Heeft de dader bijzondere kenmerken, zoals een bril, littekens of tatoeages? Wat heeft hij aan?’.

‘Iemand die 112 belt, is voor mij ook een held’

Stel: u ziet hoe iemand in elkaar wordt geslagen. Grijpt u in? Bent u die held? De overheid voert al jaren campagne tegen een ‘cultuur van afzijdigheid’. Maar een koninklijk lintje is voorlopig nog te veel eer.

De overheidscampagne ‘Weet wat je te doen staat bij geweld op straat’ heeft drie tips: bel het alarmnummer 112, onthoud kenmerken van de dader en laat het slachtoffer niet alleen. Maar hoe zit het met actief optreden, ingrijpen? ‘Er tussen springen is niet altijd verstandig’. ‘Er zijn mensen die dat gedaan hebben die niet meer bij ons zijn, denk aan Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker. Iemand die 112 belt, is voor mij ook een held.’

Straatgeweld: 112 bellen en gillen

Met een grote campagne spoort de overheid vanaf volgende week getuigen van straatgeweld aan in actie te komen. Ze krijgen vooral op het hart gedrukt terughoudend op te treden. Want de agressor aanspreken is vaak de slechtste oplossing.

1-1-2 Bellen, kenmerken van de dader onthouden en het slachtoffer niet alleen laten. Wat is daar nieuw aan?
‘Eigenlijk niets, want dat kon je tien jaar geleden ook al het beste doen. Alleen gebeurt het vaak niet, omdat mensen onverwacht met een geweldssituatie te maken krijgen en niet weten hoe ze zonder gevaar kunnen handelen. Het instinct zegt meestal dat je je moet omdraaien, uit lijfsbehoud. Maar als je dat doet, kun je je later akelig gaan voelen omdat je niets hebt ondernomen. Ik denk dat deze tips goed zullen werken. We proberen ze op de harde schijf bij mensen te zetten.’

Want mensen willen wel iets doen, maar worden geblokkeerd?
‘Ja. We hebben veel stille tochten gehad. De deelnemers gaven daarmee een signaal dat ze het geweld niet meer tolereren. Maar in bepaalde gevallen staan ze toch machteloos. In hun achterhoofd hebben ze Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker, die ergens tussensprongen of mensen aanspraken en zelf slachtoffer werden. Maar er zijn meer mogelijkheden dan doorlopen of je ergens mee bemoeien.’

Je moet je dus niet mengen in een vechtpartij?
‘Op de eerste plaats dien je natuurlijk je gezonde verstand te gebruiken. Als drie of vier mensen een ander aftuigen, is het een utopie om te veronderstellen dat je dat in je eentje kunt stoppen. Dan is er dus ondersteuning nodig.