De aanleiding

Het verhaal van Jacqueline de Jong

Het begon op 28 november 1997, het gaat over mensen zoals u en ik, op een doodgewone vrijdagavond net na 21.00 uur. Veel winkels waren nog maar net gesloten. Waarschijnlijk vanwege de periode van het jaar waarin wij Sinterklaas en Kerst-inkopen plegen te doen, was het nog erg levendig en gezellig druk op straat. Na een drukke werkweek waren mijn partner en ik op weg van de Oude Binnenweg naar restaurant ‘de Pijp’ om een hapje te eten. Wij hadden ons voorgesteld om daarna met de voeten op tafel thuis lekker te gaan ‘zappen’.

Dat is er die avond niet meer van gekomen.

Wij liepen gearmd over de Binnenweg druk te praten, het was donker en zonder ons ervan bewust te zijn schopten wij bijna gedachteloos, iets dat in onze ogen een doosje of iets dergelijks was naar de zijkant van het trottoir.

Vervolgens kwamen twee mannen opgewonden achter ons aan met de bood­schap dat wij met onze teringpoten van hun spullen moesten afblijven. Wij hebben ge­antwoord dat we geen idee hadden waarover ze het hadden en dat wij met rust gelaten wilden worden.

Nou dat waren ze overduidelijk niet van plan. Een van de mannen greep Aad (mijn partner) van achteren in zijn kraag. Ik draaide mij om en probeerde de grootste man te kalmeren door hem uit te leggen dat wij werkelijk niet wisten waarover zij het hadden. Ik heb de man aangeraakt om contact met hem te krijgen en zodoende met hem te kunnen communiceren.

Het volgende moment lag ik tegen de pui van een winkel. Daarna ging alles heel snel.

Vanwege een speling van het lot waren er op het moment dat het incident zich voordeed, een paar jonge jongens in de buurt bezig met de opnamen voor een video­clip.

Op het moment dat de handtastelijkheden en verwensingen begonnen hebben zij zich beziggehouden met het filmen van het geweld.

Het gevoel dat toen ontstond: mensen die zomaar gingen staan filmen in plaats van te helpen maakte dat ik me naakt en vies voelde en minder dan een vuilniszak. Wij hebben nog geroepen "gooi die camera weg, help ons!"

Zij gingen door, later vertelden zij dat ze zich op dat moment verslaggevers voelden en dat ze bewijsmateriaal wilden leveren.

Er was een moment dat een van de daders op Aad zat en ik onder hem op de grond. Ik dacht dat ik dood zou gaan en keek in de ogen van een mevrouw van middel­bare leeftijd met een boodschappentas en zag een onbeschrijflijke kilte.

Zij nam mij kwalijk dat ik haar rustige avond verstoorde, althans zo voelde het. Dat achtervolgt mij nog steeds. Het gevoel dat je te waardeloos bent om mededogen te tonen.

Nadat de politie was gearriveerd en zich samen met Aad bezighield om de daders te vinden en de rust relatief was teruggekeerd zat ik doodalleen op straat, gedesoriënteerd, bang en verdrietig.

Er liep een man met een fiets voorbij, ik kon hem bijna aanraken, hij keek nog even achterom en liep door.

In de rechtszitting zijn de daders veroordeeld tot een werkstraf en het vergoe­den van de kosten en een bedrag aan ‘smartengeld’ van zo’n ƒ 10.000,-.

Dit bedrag hebben wij ingezet als basis voor een campagne tegen zinloos geweld.

Het uitgangspunt van die campagne is:

"Een groot deel van de oplossing tegen (zinloos) geweld ligt bij ons allemaal".